De provincie aan zet
De provincie aan zet
Provincies helpen gemeenten op verschillende manieren hun winkelgebieden in binnensteden weer aantrekkelijk te maken. Ze richten zich daarbij niet alleen op de detailhandel zelf. Vraagstukken als leegstand, verwaarlozing en achterstallig onderhoud van winkelpanden in binnensteden worden benaderd als een integraal vraagstuk waarbij meerdere stakeholders betrokken zijn. Provincie, gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers staan samen aan de lat voor een toekomstbestendige gebiedsvisie waarin onderwerpen als retail, wonen, groen, verduurzaming en energie op een logische wijze bij elkaar komen. Welke instrumenten zetten provincies in om gemeenten te helpen? En welke lessen zijn hierbij al geleerd?
In gesprek met:

Elles Aertsen
Procesmanager stedelijke gebiedsontwikkeling Provincie Noord-Brabant

Vester Munnecom
Procesmanager stedelijke gebiedsontwikkeling Provincie Noord-Brabant

André Bronsema
Adviseur ruimtelijke economie Provincie Drenthe
Noord-Brabant
Integrale aanpak van binnensteden
Munnecom: “Om winkelgebieden weer aantrekkelijk te maken, is een integrale, binnenstedelijke transformatie nodig. Hiervoor hebben we in Brabant een team gebiedstransformaties opgericht. Een aparte club mensen die alle opgaven die spelen in een binnenstad kunnen verbinden. Naast retailexpertise, komt hier kennis over onderwerpen als woningbouw, groen, klimaatadaptie, energietransitie, sociale vraagstukken en gezondheid bij elkaar. De club werkt samen met twaalf grote en middelgrote gemeenten van Brabant.”
Stakeholders in beweging krijgen
Aertsen: “In die samenwerking zit een soort fasering. Als we samen tot iets kunnen komen, sluiten we een intentieovereenkomst of samenwerkingsagenda. Dan stoppen we daar procesgeld in. Dat kan voor een goede projectleider zijn, maar ook voor een onderzoek naar mobiliteit of duurzaamheid bijvoorbeeld. Door als provincie mee te doen en vertrouwen te geven zie je vaak al dat reuring ontstaat in zo’n stad. Soms investeren we ook echt met ons ontwikkelbedrijf.
Dan sluiten we met de gemeente een samenwerkingsovereenkomst. We hebben geld om panden samen met de gemeente uit de markt te halen en kunnen dus risicovol investeren om te zorgen dat een vliegwiel ontstaat in die gebieden.”
Hulp bij aanvragen subsidie
Munnecom: “We stellen ter ondersteuning van gemeenten ook een expert beschikbaar voor het aanvragen van subsidies in het kader van de Impulsaanpak Winkelgebieden. Ook als je geen subsidie krijgt, is het sowieso een waardevol proces om snel meer inzicht te krijgen in de gebiedsontwikkeling. Bij de verkenning van zo’n aanvraag worden de belangen van partijen en de beschikbare middelen zichtbaar. In feite moet iedereen het achterste van zijn tong laten zien. Partijen komen zo ook dichter bij elkaar omdat ze meer inzicht en begrip hebben gekregen voor elkaars situatie.”
Webinars en kennisbank
Aertsen: “Vorig jaar zijn we gestart met een kennisprogramma om de andere Brabantse gemeenten te bedienen.
Om de twee weken houden we een ‘after lunch’-webinar waar we alle expertise die we hebben opgedaan bij gebiedsontwikkelingen delen via tips & tops, do’s & don’ts, lessons learned en goede inspirerende voorbeelden. Ook bieden we verdiepende kennissessies aan zoals workshops, excursies, schouwen of masterclasses over populaire onderwerpen met betrekking tot gebiedstransformaties. Denk aan mobiliteit, vergroening of de energietransitie. Alle webinars, presentaties en dergelijke staan op een kennisbank die voor iedereen toegankelijk is.”
Onafhankelijk advies
Aertsen: “Een ander instrument dat we inzetten voor gemeenten is de Provinciale adviescommissie voor retail en transformatie. Gemeenten kunnen in een vroeg stadium vraagstukken voorleggen aan deze onafhankelijke commissie met kennis vanuit universiteiten, juristen, vastgoed- en mobiliteitsexperts. Commissieleden gaan dan op locatiebezoek, in gesprek met wethouders en geven advies over liggende plannen. Die adviescommissie is eigenlijk een soort presentje aan de andere gemeenten waar we niet aan tafel komen.”
Drenthe
Van ‘places to buy’ naar ‘places to be’
Bronsema: “Onze aanpak, doelen en uitgangspunten zijn dezelfde als die van Brabant. Verschil is dat we in Drenthe meer een regierol hebben. We geven richting aan en stimuleren de gemeentelijke uitvoering, maar hebben minder capaciteit voor uitvoering. Net als in Brabant zijn we ook ooit begonnen met een focus op retail. De doelen die toen in onze retailagenda stonden - denk aan compactere winkelcentra, centrum aantrekkelijker maken, versterken van je DNA als gemeente - zijn nu nog steeds actueel.”
Gemeentelijke aanpak verbreden
“Inmiddels gaat het ons met name om het aantrekkelijk maken van centrumgebieden in brede zin. In Drenthe was het Binnenstadfonds een mooie manier om visies met elkaar op te stellen en centrumontwikkeling aan te jagen. Die gemeentelijke visies en uitvoeringsprogramma’s vormen een prima basis om op voort te borduren. Parkeren, expeditie, duurzaamheid, energie: het stond er allemaal al in. Met het Regiostedenfonds hebben we onze doelen verbreed, zodat gemeenten ook worden geprikkeld om mee te investeren in bijvoorbeeld vergroening, fietsen, cultuur en woningbouw op het moment dat ze aan de slag gaan met de winkelstraat.”
Coalition of the willing
“Vanuit de Retailagenda werkgroep zat ik in het IPO waar we spraken over retail in brede zin. Toen de formele deelname van provincies aan de landelijke Retailagenda in 2021 stopte, deed Overijssel het voorstel om vanuit eigen wil goede voorbeelden te delen en kennis uit te wisselen: ‘the coalition of the willing’. We hebben nu een aantal van dit soort sessies gehad. Super waardevol. In de laatste sessie in Dordrecht constateerden we dat bij eigenlijk alle provincies de aandacht verschuift naar leefbaarheid. Het blijft nodig om de focus te houden op de fijnmazige detailhandelsstructuur, maar inmiddels gaat de retailaanpak ook om complexe binnenstedelijke transformaties.”
In gezamenlijkheid bepalen
“We hebben twaalf gemeenten in Drenthe, dus dat maakt de samenwerking meer behapbaar: we hoeven minder keuzes te maken over verdeling van aandacht zoals Brabant dat wel doet. In Drenthe is een complementaire aanpak belangrijk. Dus duidelijkheid verschaffen middels visies en vervolgens gezamenlijk doelen stellen en gezamenlijk investeren om de uitvoering vorm te geven.
Een belangrijke les is dat flexibiliteit enorm belangrijk is. Dus wel met elkaar kaders stellen en afspraken maken, maar ook jaarlijks om de tafel gaan om te kijken of die afspraken nog reëel of actueel zijn.”
Elke regio telt
“De verschillen in welvaart in Nederland worden steeds groter, grote delen van maatschappij kunnen niet meekomen. De beschikbaarheid van basisvoorzieningen is een groeiend probleem. Uit de huidige prognoses blijkt dat sommige Drentse gemeenten in de toekomst zullen gaan krimpen. Dat maakt een transformatie heel lastig. Want als je een opgave hebt waar je geen woningen kunt toevoegen, staat je businesscase al snel onder druk. Dat is een hele spannende voor de toekomst.”
Geleerde lessen
- Pas op dat detailhandel niet helemaal van de bestuurstafel verdwijnt nu het meer onder gebiedsontwikkeling wordt geschaard. Want winkels hangen nauw samen met leefbaarheid. Een winkel die verdwijnt is het eerste waar bewoners over klagen.
- Daarmee samenhangend: zorg in een gebied voor een gevarieerd programma zodat dat gebied ook leuk blijft. Dus verplaats bijvoorbeeld een bibliotheek niet naar de randen van een stad, maar geef die juist een plek in de binnenstad.
- Hou aandacht voor economische functies. De meeste werkgelegenheid zit in de binnenstad.
- Stel kaders en maak afspraken met elkaar, maar ga óók jaarlijks samen om de tafel om te kijken of die afspraken nog reëel of actueel zijn.
- Bied ook praktische hulp bij gebiedsontwikkeling. Geef bijvoorbeeld tips hoe je een participatieavond organiseert en wat je wel en niet laat zien. De ‘usual suspects’ zitten al aan tafel, het gaat erom dat je ook die andere belanghebbenden bereikt die je nu misschien nog niet eens in beeld hebt.
- Deel goede voorbeelden van gemeenten met elkaar en maak het leuk voor bewoners. Zo is Roosendaal bezig met een gebiedsontwikkeling, maar omdat bouwen nog lang duurt, zijn ze gestart met proeftuinen in de straten, picknicktafels en zelfs jeu de boules banen in het centrum inclusief straatcompetitie.