Aan tafel! Nodig eens een onder­nemer uit

In gesprek met Johan Schomaker van DNWS

Aan tafel! Nodig eens een ondernemer uit

In gesprek met Johan Schomaker van DNWS

Leegstandsproblematiek: bijna iedere gemeente kent het. Toch is elke gebiedsopgave nét anders. Beleidsadviseur Johan Schomaker van platform De Nieuwe Winkelstraat, partner van de Impulsaanpak winkelgebieden, brengt partijen bij elkaar en helpt ze een gezamenlijke stip op de horizon te zetten. Wat zijn volgens hem dé tips om samen tot die stip te komen?

Als beleidsadviseur rijdt Johan stad en land af om op bezoek te gaan bij gemeenten. Hij komt op de meest uiteenlopende plekken en stapt net zo makkelijk af op een ondernemer in de winkel, als op betrokken ambtenaren en wethouders. Hij luistert, denkt mee en geeft advies. Al die gesprekken leveren een schat aan inzichten op. Hij weet dan ook als geen ander wat succesfactoren en knelpunten zijn, en dat het er overal weer nèt even anders aan toe gaat.

Johan Schomaker

Beleidsadviseur van platform De Nieuwe Winkelstraat

Hoe gaan gemeenten om met leegstand en maken ze gebieden weer aantrekkelijk?

“Bijna alle gemeenten zetten in op functiemenging, dus vaak retail en horeca in combinatie met cultuur en wonen. Gemeenten zoeken hiervoor steeds vaker actief het gesprek op met alle stakeholders. Met de eigenaren van de winkelpanden, maar ook retailondernemers krijgen steeds vaker een vaste plek aan tafel. Dat is een mooie ontwikkeling want een effectieve uitvoering begint met een gezamenlijke visie op de opgave. In de plannen en het daaraan gekoppelde leegstandsbeleid groeit bovendien de aandacht voor vergroening. Ook dat heeft met functiemenging te maken. Veel gemeenten maken van hun centrumgebied nu een verblijfsgebied waar veel te doen is. Ze willen meer dan alleen een locatie om even de boodschappen te doen.”

Hoe zorgen ondernemers ervoor dat ze aan tafel komen?

“Ondernemers spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van gebieden. Met hun winkels en horecagelegenheden zorgen ze voor levendigheid, gezelligheid en daarmee de aantrekkingskracht van een gebied. Om aan tafel te komen, is een proactieve houding nodig. Ga dus niet afwachten tot er een plan ligt, maar kom zélf met ideeën. Daarvoor is een goede relatie met de gemeente nodig. Andersom geldt hetzelfde. Om de betrokkenheid van ondernemers te vergroten, moet een gemeente zich wel betrokken tonen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij ondernemersvergaderingen, of door ondernemers en vastgoedeigenaren uit te nodigen bij gemeentelijk overleg. Op die manier ga je op meerdere niveaus met elkaar het gesprek aan en krijg je meer begrip voor elkaars situatie. Pas dan ontstaat een goede samenwerking.”

Wat draagt bij aan een succesvolle aanpak voor transformatie?

“Een duidelijke visie en langetermijnstrategie helpen ad hoc beleid te voorkomen. Vooral in kleine centrumgebieden is het heel belangrijk om een vaste koers te varen. Om draagvlak te krijgen, is een sterke en gezonde samenwerking met alle stakeholders essentieel. Een samenwerking die bovendien al start vóórdat er plannen gemaakt zijn. Alkmaar is hier een mooi voorbeeld van. Ze hebben in een vroeg stadium ondernemers gevraagd wat zij belangrijk vonden voor de straat en alle potentiële knelpunten met elkaar besproken. Ook in Winterswijk zijn ondernemers gevraagd om samen een plan te bedenken voor vergroening. Hierdoor neem je eventuele weerstand weg en krijgen alle stakeholders een gelijkwaardig aandeel in een plan of visie. Belangrijk is wel dat je voldoende mensen voor de uitvoering van zo'n project hebt. Dat geldt voor het aantal betrokken ambtenaren, maar ook voor ondernemers, burgers en investeerders.”

Het begint met het besef dat je elkaar nodig hebt.”

Zijn er ook zaken die een succesvolle aanpak in de weg staan?

“Een gebrek aan samenwerking. Als je bijvoorbeeld als gemeente al lange tijd meer solistisch aan de slag bent en vervolgens een eigen plan voor een gebied presenteert, moet je niet vreemd opkijken als dat weerstand oplevert. Daarnaast moeten er voldoende middelen en capaciteit zijn. Mooie plannen zonder voldoende capaciteit leidt tot vertraging of frustraties. Een gemeente zonder budget blijft vaak steken in goede intenties. Daarom moeten ook vastgoedeigenaren worden betrokken die kunnen investeren. Kunnen zij bijvoorbeeld winkelpanden optoppen of winkels of woningen dieper maken? Dat soort mogelijkheden spreekt investeerders aan. Uiteraard speelt ook Impulsaanpak winkelgebieden een belangrijke rol om een project rendabel te maken. Vooral in de kleinere gemeenten en kernen fungeert deze aanpak echt als een vliegwiel.

Maar zelfs als het budget beperkt is of voor de plannen en visies een lange adem nodig is: kijk wat je nu al kunt doen en ga aan de slag. Welke quick wins kun je nu al wél realiseren?”

Wanneer is een project gedoemd te mislukken?

“Als partijen niet goed samenwerken of een betrokken partij zijn organisatie niet op orde heeft. In die gevallen is de kans groot dat er geen draagvlak ontstaat voor een visie of plan, en er dus geen gezamenlijke richting ontstaat. Denk aan een ondernemersvereniging die de hakken in het zand zet en weigert mee te werken. In mijn werk zijn partijen nog vaak in een wij/zij-kamp verdeeld: een ondernemersvereniging die niet door één deur kan met de gemeente, omdat ze elkaar niet begrijpen of een andere taal spreken. Ik probeer ze dan te laten inzien dat ze elkaar nodig hebben. Ondernemers zorgen voor dynamiek en zijn de oren en ogen van de straat. Ze zijn nodig voor een aantrekkelijk centrum. Gemeenten zijn soms wat rigide in hun opstelling en vanuit een ivoren toren bezig met planvorming.”

Hoe zorg je ervoor dat de verschillende doelgroepen elkaar wél begrijpen?

“Het begint met het besef dat je elkaar nodig hebt. Vaak verwijten partijen elkaar dat ze te weinig doen. Maar aan een dergelijke status quo heb je niets. Dus zorg ervoor dat je proactief bent. Als ondernemersvereniging kun je zelf onderzoeken wat je wilt in het centrumgebied. Of een alternatief aanbieden voor een bestaand plan. En een gemeente kan proactief contact zoeken met de ondernemers en laten zien waar ze mee bezig zijn. Bijvoorbeeld door ze uit te nodigen bij bestuursvergaderingen. Veel van het werk dat ik doe, is het bij elkaar brengen van partijen. Dus een kwartiermaker of centrummanager zijn om zo een goede fundering voor een samenwerking te leggen. Het is vaak de taal en de toon die de muziek maakt. Door op een andere manier met elkaar in gesprek te gaan, ontstaat een andere energie. En dan blijkt dat 1+1 opeens toch 3 kan zijn. Daarvan krijgen alle partijen energie en wordt het alleen maar nóg leuker.”

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave