Minder wielen in de winkelstraat. Graag! Maar hoe?
Parkeren als onderdeel van een integrale mobiliteitsvisie
Minder wielen in de winkelstraat. Graag! Maar hoe?
Parkeren als onderdeel van een integrale mobiliteitsvisie
Binnensteden en auto's hebben een ingewikkelde relatie. Maar alle auto's uit het centrum weren is ook niet dé oplossing. Volgens Peter Klevering, directeur gebiedsontwikkeling bij de divisie Bouw en Vastgoed van Dura Vermeer is er een integrale aanpak nodig: “Wie het parkeerprobleem wil aanpakken, zal breder moeten kijken.”
Eerst de functie, dan de visie
De wens om winkelgebieden autoluw te maken botst vaak met de realiteit. Veel bezoekers zijn afhankelijk van de auto en de alternatieven zijn beperkt. Parkeren onder de grond is duur, veroorzaakt overlast en kent veiligheidsrisco's voor elektrische auto's. Parkeergarages boven de grond nemen dan weer veel ruimte in. Het parkeerprobleem is bovendien onderdeel van een veel grotere puzzel. Om die op te lossen is een integrale visie op mobiliteit nodig. Klevering gaat zelfs nog een stapje verder: “Voordat je aan de slag gaat met een mobiliteitsvisie, zul je éérst moeten kijken naar de inrichting van de stad en de functie van vervoer.”
Vijf generaties in evenwicht
De basis van een duurzame stad ligt volgens Klevering bij evenwicht tussen alle leeftijds- en inkomenscategorieën.
“Als je wijken en steden ontwikkelt waar vijf generaties in evenwicht kunnen leven, dan leg je de basis voor een heel duurzame stad. Aan de ene kant is dat evenwicht prettig voor de bewoners, omdat het voor een gevarieerde leefomgeving zorgt. Tegelijkertijd zorgt het ook dat alle voorzieningen optimaal benut worden. Want alle generaties maken op andere tijdstippen gebruik van die voorzieningen.”
Nabijheid als uitgangspunt
Door in de binnenstad wonen, werken en winkelen samen te brengen, creëer je nabijheid. Het ideaal is de ‘10-minutenstad’, waarin alle voorzieningen binnen 10 minuten te voet of met de fiets te bereiken zijn. Klevering: “Als je erin slaagt je gebied zo te ontwikkelen dat je veel faciliteiten voor handen hebt, dan heb je ook een heel vruchtbare voedingsbodem voor vernieuwende mobiliteitsconcepten.”
Trias Mobilica
“Bij mobiliteit hebben veel mensen de reflex om het meteen te hebben over parkeren,” zegt Klevering. “Maar parkeren zou eigenlijk het sluitstuk moeten zijn. We kennen allemaal de Trias Energetica, het driestappenplan voor energiereductie. Zo'n stappenplan zou er eigenlijk ook voor mobiliteit moeten zijn – de Trias Mobilica: vermijden, verminderen en verduurzamen. Door eerst te zorgen voor nabijheid beperk je de vervoersvraag tot een minimum. Daarna kun je kijken hoe je de resterende vragen gaat invullen.”

Parkeren zou eigenlijk het sluitstuk moeten zijn.”
Peter Klevering
Directeur gebiedsontwikkeling Divisie Bouw en Vastgoed van Dura Vermeer
Gezonde rangorde
De eigen auto zou meer een laatste redmiddel moeten zijn na wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Die rangorde wordt ook wel het STOMP-principe genoemd: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility-as-a-service, Privéauto. Het is een slimme manier om de mobiliteit in een stad opnieuw in te richten en het goede te doen voor mens én aarde.
Bij die invulling geldt volgens Klevering: “Hoe gezonder, hoe beter.” Als voorbeeld noemt hij de Suikerzijde in Groningen. “Hier komen 5.000 nieuwe woningen. De openbare ruimte wordt zo ingericht dat het uitnodigt tot gezond vervoer. Wandelen en fietsen hebben een veel prominentere plek in de openbare ruimte gekregen dan de auto. En ga je naar de stad, dan is de auto zeker niet de meest voor de hand liggende keuze. Het stadsbestuur zet al decennialang in op een structureel autoluw centrum. Dat weten mensen, en dus passen ze hun vervoersmiddelen daarop aan.”
Op- en afschaalbare hubs
Er zijn natuurlijk altijd mensen die wél met de auto komen. Waar moeten die dan hun auto kwijt? Onder of toch boven de grond? Klevering: “Ik zou alleen gaan voor een ondergrondse parkeergarage als je zeker weet dat er ook op de lange termijn een parkeervraag blijft bestaan. De mobiliteitsvraag verandert en blijft veranderen. Wat wij steeds meer toepassen in onze gebiedsontwikkelingen zijn bovengrondse hubs. Die zijn op- en afschaalbaar. Op die manier kan de parkeerruimte mee ademen met een toe- of afnemende parkeervraag. Dat is veel duurzamer dan een permanente garage. Bovendien zijn permanente parkeergarages alleen in heel drukbezochte gebieden nog rendabel.” Een plek waar je thuiskomt
“Zo’n hub is veel meer dan een parkeergarage,” vertelt Klevering. “Het is één gebouw waarin meerdere functies samenkomen. De eerste hub die Dura Vermeer realiseerde, was SmartDock Elements in Haarlem.
En deze zomer gaat in Pijnacker SmartDock Wijck open. Deze hubs vormen dé plek waar je de wijk binnenkomt en waar je ook kunt overstappen op andere manieren van vervoer. Bijvoorbeeld deelauto’s en elektrische fietsen en openbaar vervoer. Daarnaast vind je er ook een pakketpunt, laadvoorzieningen en een horecagelegenheid. Zo is de hub een plek waar je thuiskomt, in plaats van een onpersoonlijk betonnen gebouw.” Kijk naar de lange termijn
“We zijn in de afgelopen honderd jaar behoorlijk verslaafd geraakt aan de auto. Dat verandert niet van de ene op de andere dag,” vat Klevering de situatie samen. “Wel is het goed om een stip op de horizon te zetten voor de lange termijn. Waar wil je uiteindelijk naartoe? Met schaalbare oplossingen zorg je dat in de tussentijd de parkeerdruk onder controle blijft. En bedenk je dat meer auto's in de stad ook niet het doel van de ondernemers is. Zij willen gewoon dat mensen naar hun winkel blijven komen. Door samen te kijken naar alternatieven, houd je een gezonde en toegankelijke binnenstad.”
Ook de parkeerdruk in je gemeente verlichten? 5 tips van Peter Klevering:
Benader de parkeervraag als een onderdeel van een integrale mobiliteitsvisie.
Denk na over de lange termijn én durf te investeren in de tussentijd.
Creëer nabijheid.
Zet schaalbare oplossingen in die mee kunnen ademen met de vraag van het moment.
Denk mee met ondernemers over passende alternatieven.