“Onze mindset moet radicaal veranderen”

Klimaatpionier Hiltrud Pötz pleit voor ingrijpende keuzes.

“Onze mindset moet radicaal veranderen”

Klimaatpionier Hiltrud Pötz pleit voor ingrijpende keuzes

Hitte-eilanden, wateroverlast en verstening: veel oudere winkelgebieden worden steeds onaantrekkelijker. Architect Hiltrud Pötz pleit daarom voor radicale keuzes. “Het gaat niet om of het kan. Het gaat erom dat we de wil hebben om het te doen.”

Hiltrud Pötz is duidelijk: “We hebben onze steden de afgelopen decennia zo ingericht dat ze volledig losstaan van het natuurlijke systeem. Dat is niet efficiënt en zeker niet toekomstbestendig.” Haar visie richt zich dan ook op de ‘groen-blauwe aanpak’. “Door meer groen en water toe te voegen, verbeteren we niet alleen de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van steden, maar verhogen we ook de leefkwaliteit en de gezondheid van bewoners.”

Opnieuw verbinden met de natuur

“Veel winkelgebieden in Nederland zijn diep triest,” stelt Pötz. “Ze zijn uiterst onaantrekkelijk en missen sfeer. Vandaag draait het bij winkelen om een totaalbeleving. Vergroening kan daarin een sleutelrol spelen. Ik pleit voor een integrale benadering: door in onze winkelgebieden meer te werken met natuurlijke oplossingen worden deze ook aantrekkelijker en gezonder voor de mens.”

Niet duurder

Een veelgehoorde zorg is dat vergroening extra kosten met zich meebrengt. “Als je moet voldoen aan de nieuwe eisen voor klimaat en biodiversiteit, dan klopt die zorg niet.” stelt ze. “Ja, meer groen betekent in sommige gevallen hogere beheerkosten. Maar groene maatregelen voor waterberging kunnen juist voordeliger zijn dan technische oplossingen. Een wilde bloemenweide, waar het water kan infiltreren, vraagt minder onderhoud dan een strak gemaaid gazon of een betegeld plein.” Bovendien blijken duurzame keuzes op de lange termijn vaak economisch voordeliger. “Een wadi voor wateropvang is niet veel duurder dan het onderhouden van een rioolsysteem, maar heeft meerwaarde voor biodiversiteit en beleving .”

Groen is groei

Meer groen in winkelgebieden biedt naast de natuurwaarden een economische meerwaarde, meent ze. “Mensen vinden het waarschijnlijk aantrekkelijker en blijven langer hangen in een groene winkelstraat en besteden daardoor wellicht meer.

Vastgoed wordt meer waard, winkelgebieden trekken meer bezoekers en ondernemers profiteren. Waarom staan er bijvoorbeeld in winkelstraten die alleen gebruikt worden voor langzaam verkeer, geen bomen midden in de winkelstraat? Het ziet er prachtig uit en maakt het gebied veel aantrekkelijker. Dat soort ingrepen zijn echt niet ingewikkeld. Het zou de standaard moeten zijn.”

Het kan wél

Volgens Pötz is de grootste uitdaging de manier waarop we naar vergroening kijken. “Veel mensen denken dat het niet kan. Dat het te duur is, of technisch niet haalbaar. Maar uit mijn praktijk blijkt altijd veel meer mogelijk dan gedacht.” Daarvoor moeten gemeenten wel veel duidelijke randvoorwaarden durven stellen. “In Eindhoven en Delft zijn ontwikkelaars verplicht vergroening, biodiversiteit en regenwaterbuffering mee te nemen in hun plannen. Hoe ze dat invullen, met een groen dak, een wadi of een groene straat, mogen ze zelf bepalen. Maar dat het moet, staat vast.”

We hebben steden losgemaakt van het natuurlijke systeem.”

Harde eisen durven stellen

Ze pleit daarom voor harde prestatie-eisen in plaats van vrijblijvende ambities. “Wensen verdwijnen vaak als eerste uit een bouwproject. Maar als iets een harde eis is, zoals bij energieprestatie-eisen, dan wordt er wél rekening mee gehouden.”

Daarnaast pleit ze voor een fundamenteel andere benadering van stedelijke ontwikkeling. “Als je groen weghaalt, moet je minimaal evenveel groen terugbrengen. Niet alleen om een prettige leefomgeving te behouden, maar ook voor je biodiversiteit en slim waterbeheer.” Ze verwijst naar steden als Singapore, waar vergroening een harde eis is geworden. “Daar is elke vierkante meter optimaal benut: alle platte daken zijn groen, regenwater wordt hergebruikt en de hele stad ademt natuur. Dat zou mijn ideale wereld zijn.”

Groen vóór techniek

Pötz is een fervent voorstander van natuurlijke oplossingen. “We kunnen zoveel leren van de natuur. In de tropen werken ze bijvoorbeeld met dubbel dakconstructies voor natuurlijke ventilatie. Dat is een veel slimmere manier van koelen dan airco’s, die alleen maar energie verbruiken en extra hitte produceren.”

Ver van ons bed? Zeker niet, meent Pötz. “Ook Nederlandse winkelcentra kunnen zo’n oplossing toepassen. Waarom geen natuurlijke ventilatie in shopping malls? Warme lucht stijgt op, dus als je bovenin openingen maakt, krijg je automatisch luchtcirculatie. En waarom geen binnentuinen met echte planten? Dat verbetert de luchtkwaliteit én de beleving. Voor mij is de slechte luchtkwaliteit een reden waarom ik niet graag naar shopping malls ga.”

Betrek iedereen

Radicaal veranderen, hoe doe je dat? Voor een succesvolle transformatie is samenwerking essentieel. “Bij de herstructurering van een bestaand winkelgebied moet je winkeliers en bewoners direct vanaf het begin meenemen,” legt ze uit. “Ik organiseer altijd eerst workshops, waarin we inventariseren wat de wensen en randvoorwaarden zijn. Zo creëer je draagvlak.”

Daarnaast is een nauwe samenwerking binnen de gemeente cruciaal. “Riolering, verkeer, ecologie en groenbeheer: al deze afdelingen moeten vanaf het begin aan tafel zitten. Alleen dan voorkom je dat vergroening op het laatste moment sneuvelt door praktische bezwaren. Ik praat dan ook met iedereen en het liefst samen in een workshop voor ik een plan uitwerk.”

Als we vergroening als uitgangspunt nemen in plaats van als extraatje, bouwen we winkelgebieden die niet alleen duurzamer zijn, maar waar mensen ook écht graag willen zijn.”

Radicaal verduurzamen doe je zo:

  • Stel duidelijke kwantitatieve eisen – Geen vrijblijvende ambities, maar concrete prestatienormen voor vergroening en waterbeheer.
  • Begin vroeg met samenwerken – Betrek bewoners, ondernemers en alle gemeentelijke afdelingen vanaf het begin.
  • Zie vergroening niet als extraatje, maar als fundament – Hoe eerder je het meeneemt in de plannen, hoe betaalbaarder en efficiënter het wordt.
  • Durf radicaal te kiezen – Steden die nu de sprong maken, plukken daar later de vruchten van.

Het eerlijke verhaal

De voordelen moet je overduidelijk communiceren, zegt ze. “Elke 20% extra groen verlaagt de luchttemperatuur met een graad. Bomen zijn pure koelmachines: onder een boom is het zomaar 8 graden koeler dan in de volle zon.” Daarnaast spelen bomen en planten een cruciale rol in waterbeheer. “Ze bufferen regenwater, wat essentieel is met de toenemende hoosbuien. En waarom geen groene wanden en stromend water in een overdekt winkelcentrum voor een betere luchtkwaliteit?”

Nieuwe normaal

Pötz is ervan overtuigd dat groen de nieuwe norm wordt. “Ik werk al dertig jaar aan dit onderwerp, en wat ooit als een idealistisch idee werd gezien, is nu een realiteit waar gemeenten en ontwikkelaars serieus mee aan de slag gaan.” Ze wijst op de snelle ontwikkelingen in steden als Amsterdam, Eindhoven en Utrecht, waar vergroening en klimaatadaptatie steeds consequenter worden meegenomen in bouwplannen. “Er is simpelweg geen weg terug. Dat besef is inmiddels wel doorgedrongen: dit is het nieuwe normaal.”

Elk type winkelgebied vraagt om een andere aanpak:

Historische binnensteden: “Hier kunnen kleine ingrepen al veel doen: meer bomen, schaduwrijke zitplekken, groene pleinen en autoluwe straten.”

Verouderde winkelcentra: “Veel van deze centra zijn erg versteend en onaantrekkelijk en hebben moeite om bezoekers te trekken. Door vergroening kunnen ze transformeren tot prettige verblijfsplekken, waardoor ze weer een economische impuls krijgen.”

Nieuwe winkelcentra en shopping malls: “Hier moet vergroening de norm zijn, binnen en buiten. Platte daken en gevels groen, regenwateropvang en waar mogelijk natuurlijke ventilatie geïntegreerd in het ontwerp. Zo zorg je zoveel mogelijk voor het natuurlijk systeem en een gezonde leefkwaliteit.”

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave