Voorwoord
Parels en puisten: 10 jaar zonder V&D
Voorwoord
Parels en puisten: 10 jaar zonder V&D
Dit magazine laat zien wat er gebeurt als lef, vakmanschap en samenwerking elkaar vinden. ”
Tien jaar na het faillissement van de V&D is het tijd voor reflectie: in 2015 sloten 62 vestigingen hun deuren. Daarmee kwam zo’n 350.000m2 winkelvloer leeg te staan. Tot op de dag van vandaag is de impact van het verdwijnen van deze warenhuisketen merkbaar. Bijna 15% van de aanvragen die wij als ministerie hebben gehonoreerd, is gerelateerd aan een leegstaande V&D.
Het faillissement was dan ook niet ‘slechts’ een economische gebeurtenis; het was een maatschappelijke schokgolf. V&D was het anker van menig Nederlandse binnenstad. Het was dé plek waar mensen elkaar ontmoetten, waar architectonische trots (en soms hoogmoed) tastbaar werd, en waar kleine retail en winkelreuzen zich moeiteloos mengden. Het faillissement trok dat anker weg. Veel middelgrote steden bleven zitten met monumentale blokkendozen, midden in het hart van hun winkelgebied. Sommige gemeenten moesten iconische pareltjes zien te herbestemmen, andere zaten met een onmogelijke, betonnen puist opgezadeld.
De V&D-panden zijn het perfecte symptoom van een bredere uitdaging: te veel vierkante meters winkel, te weinig wendbaarheid in retail, te grote afhankelijkheid van één type stedelijke functie. De leegstand die ontstond, bleek hardnekkig. De gebouwen zijn vaak ruimtelijk complex, financieel risicovol én bestuurlijk ingewikkeld.
Precies op dit snijvlak werkt de Impulsaanpak winkelgebieden: waar maatschappelijke urgentie, ruimtelijke visie en bestuurlijke daadkracht samen moeten komen. Zo blijkt dat herbestemming van V&D-panden alleen slaagt als publieke en private partijen elkaar blijven vasthouden, hoe weerbarstig het proces soms ook is.
Dit magazine laat zien wat er gebeurt als lef, vakmanschap en samenwerking elkaar vinden. We trappen af met de duiding van professor Real Estate Management Hilde Remøy: ze analyseert hoe de langdurige leegstand van de V&D-panden niet alleen stenen achterlaat, maar ook sociale en economische kraters heeft geslagen. En waarom dit specifieke soort panden zo lastig een andere invulling krijgen.
Vervolgens leest u over steden die oplossingen creëren. Zo transformeert Enschede haar voormalige V&D van koopkathedraal tot cultuurmotor: een omslag die pas mogelijk werd toen gemeente, culturele instellingen en partners het gebouw niet langer zagen als last, maar als katalysator. Nijmegen kiest met Feniks voor een chirurgische ingreep: de gesloten koopdoos wordt opengewerkt, opnieuw verweven met het historische stadsweefsel en verrijkt met een nieuw woonprogramma.
Den Helder laat zien dat brede gebiedsontwikkeling werkt: ‘Het Warenhuys’ wordt niet zomaar een invulling, maar een bouwsteen van een nieuw, compact en toekomstgericht stadscentrum. Leiden pakt de handschoen op met een grootschalige herontwikkeling die een cruciaal deel van de binnenstad opnieuw activeert: ambitieus, complex en hard nodig.
In Den Haag krijgt het V&D-gebouw een toekomst als universiteitslocatie: een strategische keuze voor een economische én maatschappelijke investering die ook een lange samenwerkingsadem vergt. Hester Bunnik van De Nieuwe Winkelstraat belicht deze essentie extra: zonder samenwerking geen toekomstbestendige oplossing. Een complex pand succesvol herbestemmen, vereist wederzijds begrip voor uiteenlopende belangen van zeer diverse partijen.
Retaildeskundigen Kitty Koelemeijer en Dirk Mulder verkennen de toekomst van grote retail, en zijn opvallend eensgezind: het einde van het klassieke warenhuis is geen verlies, maar een kans. Steden die dit begrijpen, maken ruimte voor nieuwe waarden: kennis, cultuur, wonen, lokale economie en een compacte, levendige binnenstad.
Tien jaar na V&D is één ding duidelijk: veel panden verdwijnen niet uit het geheugen van de stad. Ze krijgen wél een geheel nieuwe rol. Die rol is relevanter, publieker en toekomstbestendiger dan de ‘monofunctie’ van een warenhuis. Er bestaat misschien geen standaardoplossing, maar Nederland heeft inmiddels wel een indrukwekkende reeks antwoorden ontwikkeld op één van de lastigste herbestemmingsopgaven van deze tijd.
Ik wens u nieuwe inzichten, inspiratie én leesplezier toe bij deze speciale editie.
Namens het IW-team,
Jacques de Win Programmaleider Impulsaanpak winkelgebieden
P.S. Ook Groningen, Land van Cuijk en Zwolle krijgen in totaal € 6 miljoen van het ministerie van Economische Zaken om hun winkelgebied of winkelstraat aan te pakken. U leest daar meer over in het persbericht op bladzijde 12 van ons magazine.