Duurzaam her­ont­wik­kelen is de toekomst

Zo werk je samen aan een Paris Proof kern­winkelgebied

Duurzaam her­ontwik­kelen is de toekomst

Zo werk je samen aan een Paris Proof kern­winkel­gebied

Het Paris Proof maken van alle winkel­gebieden in Nederland per 2050: een hele opgave. Martin Mooij, programma­manager Paris Proof 2050 bij het Dutch Green Building Council (DGBC), vertelt hoe je als gemeente en vastgoed samen duurzaam herontwikkelt.

Mooij vindt dat het verduurzamen van winkels begint bij energiebesparing, maar niet per se bij het energielabel. DGBC stuurt liever op het terugbrengen van energie­verbruik, met tweederde. “Veel winkels, soms zelfs monumenten, hebben vaak een A-label, terwijl ze in de praktijk veel energie verbruiken. “We kijken liever naar de meter: dát verbruik moet omlaag. Het energielabel klopt namelijk niet altijd, omdat dat alleen gaat over de thermische schil van een gebouw – de buitenlaag. Terwijl het energiegebruik grotendeels wordt bepaald door het type winkelier dat erin zit.”

Als er geen consumenten komen, is je energie­systeem onrendabel. Dat is niet duurzaam te noemen.”

Duurzaamheid in de breedte bekijken

Duurzaamheid zit dan ook niet alleen in energiebesparing, zegt Mooij. “Als een gebied leeg en onaantrekkelijk is, hebben dit soort energie­maatregelen weinig zin. Als er geen consumenten komen, is je energiesysteem onrendabel. Dat is niet duurzaam te noemen.” Daar raakt de duurzaam­heids­opgave aan de volgende uitdaging: de woonopgave. Veel gemeenten kampen met woningtekort, terwijl ze óók rekening moeten houden met de CO₂-uitstoot van de bouw. De oplossing? Bestaand vastgoed herontwikkelen. “Er is relatief veel leegstand boven winkels. En deze ruimte is juist uitermate geschikt voor extra woningen. In bestaande bouw optoppen, leegstand boven winkels bewoonbaar maken, verdichten of juist groot vastgoed splitsen: dáár zitten de mogelijkheden. Meer woonruimte, minder CO₂-uitstoot vanuit bouw en extra materialen.”

Eisen en ambities tegenover regelgeving

Volgens Mooij is duurzaam herontwikkelen van retail, tot bijvoorbeeld woningen, vooral complex door regelgeving en bestuurlijke onzekerheid. Het DGBC inventariseerde belem­merende wetten. “Het zijn er wel honderden.”

Een bekend voorbeeld: parkeer­normen. “Als je een winkel optopt of herbestemt tot woning, dan heb je ook te maken met parkeernormen. Iedere woning moet een parkeerplaats hebben, maar daar is in de binnenstad niet altijd plaats voor.” Daar komen tijdrovende bestemmings­plan­procedures bij. En weerstand vanuit de ondernemers zelf: vastgoed­eigenaren staan niet altijd te springen om een functiemix in hun gebouw. “Als een winkelier twee meter winkelfront verliest, omdat er een portiek moet worden gemaakt voor woningen erboven, stuit je daar ook op weerstand.”

Een praktische drempel voor de frituur

Ook de energietransitie, toch bedoeld als verduurzamings­maatregel, kent praktische drempels. “Netcongestie maakt het in veel gebieden erg lastig om van het gas af te gaan.” In een gebied met veel horeca, bijvoorbeeld. “Daar wordt veel gekookt en gefrituurd op gas. Als je dat in de hele straat wil aanpassen, dan kan de infrastructuur daar vaak niet in meebewegen.” ▼

Hak die knopen door en sta vierkant en consequent achter je beleid.”

Martin Mooij

Programmamanager Paris Proof 2050 bij het Dutch Green Building Council (DGBC)

Tips van Martin voor succesvol samen­werken aan duurzaamheid

Beleg duurzaamheidsbeleid centraal

Ondernemers hebben nog wel eens het gevoel door de gemeente van het kastje naar de muur gestuurd te worden. “Gemeentes zouden moeten werken met één aanspreek­punt dat het totale duurzaam­heidsbeleid overziet. Dat je niet door afdeling wonen een bepaalde kant opgestuurd wordt en dat afdeling parkeren dat tegenwerkt.”

Organiseer schaalgrootte en collectiviteit

“Grote partijen hebben meer middelen om te werken aan (standaardiseren van) verduur­zamings­maat­regelen op de lange termijn. Kleinere partijen moet het meer hebben van onderlinge samen­werkingen, zoals in winkeliers­verenigingen, om voor de lange termijn zaken voor elkaar te boksen.” De gemeente moet hierin de lead nemen. “Zorg voor platformen en organiseer netwerk- of informatie­avonden.”

Wees consistent en denk integraal

Duurzaam herontwikkelen moet niet bestaan uit losse maatregelen, maar uit één meerjarenvisie. Daar is een lange adem voor nodig: “De vernieuwing van de openbare ruimte, de energie­transitie en het levendig maken van je winkelgebied moet hand in hand gaan. Dát is duurzaamheid.”

Politieke wisselvalligheid

Ook kan het politieke klimaat opeens omslaan. “Als je aan het herontwikkelen bent in een zero-emission zone, dan moeten er laadpalen bij en moeten leveranciers elektrisch vervoer aanschaffen. Stel, je krijgt dat voor elkaar, dan kan zo’n besluit voor je het weet weer worden teruggedraaid. Er wordt zelden vastgehouden aan de lange­termijn­visie vanuit de overheid. Daardoor ontstaat enorme onduidelijkheid en veel onzekerheid voor de lange termijn. Dat maakt het onaantrekkelijk om te investeren als vastgoedpartijen: hun beslissingen gaan veelal over een periode van minimaal 30 jaar.”

Al deze uitdagingen bij elkaar, ondermijnen de urgentie van verduurzamen. “Op een gegeven moment moet je als gemeente de houding aannemen: we gaan deze doelen halen, punt. Hak die knopen door en sta vierkant en consequent achter je beleid.”

Hoe dan wel? Werken vanuit een collectief

Kleinere vastgoedondernemers en lokale winkeliers willen vaak wel verduurzamen, maar zijn vaak minder goed thuis in duurzaamheids­vraagstukken. Ze vinden het ‘gedoe’: subsidies aanvragen, veel formulieren invullen en altijd onzekerheid over de uitkomst.

Veel gemeenten werken met eigen, vaak incidentele adviezen, tips of onder­steunings­maatregelen. Collectiviteit werkt volgens Mooij echter beter dan dit soort losse adviezen. MKB Nederland heeft daarom het platform Duurzaam Energie Besparen (DEB.nl) in het leven geroepen. Dat wordt ondersteund door de overheid. Hier kunnen alle branches terecht.” Het online platform zorgt voor een consistente boodschap en praktische informatie. “Een goed antigif tegen verwarring en wantrouwen.”

Eerst samen om tafel

Volgens Mooij vraagt succesvol heront­wikkelen van vastgoed ook om een bredere, gebiedsgerichte samenwerking tussen gemeente en vastgoed. Ze moeten samen om tafel: wanneer wordt er gemodern­iseerd, wanneer kan verduur­zaming meegenomen worden in die plannen en welke delen van het gebied gaan wanneer van het gas af? “Door investerings­momenten te bundelen ontstaat schaal­grootte. Daarmee wordt verduur­zaming ook praktisch en beter uitvoerbaar.”

Wat nog meer? Een integrale visie op duurzaamheid

Maar daarmee reken je een businesscase nog niet rond. Mooij vergelijkt het met kantoren: “Die zijn niet zuinig gemaakt omdat het zo’n interessante business­case was, maar omdat mensen gezonder en prettiger werken in een goed gebouw, en dus beter presteren.” Waarde én duurzaam­heid kan dus prima gecombineerd worden via aantrek­kelijk­heid en leefbaarheid. Dat vertaalt zich ook in vastgoed­waarde. “Een duurzaam pand is, en blijft ook op langere termijn, meer waard en valt veel makkelijker te financieren. Ook een winkelgebied wordt door mooie, duurzame gebouwen – al dan niet ingericht met een andere functiemix – vele malen aantrek­kelijker voor con­sumenten. Dát is een interessante businesscase.”

Door duurzaamheid integraal mee te nemen, zijn panden bovendien beter voorbereid op strengere regelgeving in de toekomst en voldoen beter aan de steeds hogere eisen van huurders. “Dit soort panden zijn op de lange termijn veel waarde­vaster en renderen beter. Er is dus alle reden om verduurzamings­maatregelen op ieder aspect eens goed door te rekenen.”

Duurzaam­heids­maatregelen vanuit RVO

ISDE (Investerings­subsidie duurzame energie en energiebesparing)

De Investerings­subsidie duurzame energie en energie­besparing (ISDE) is er voor woningeigenaren en zakelijke gebruikers. Denk aan een (hybride) warmtepomp, een zonneboiler of een kleine windturbine.

Bron: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor zakelijke gebruikers (ISDE) | RVO.nl

DEI+ (Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie)

Wilt u als bedrijf energie besparen of minder CO₂ uitstoten in Nederland? En heeft u een innovatieve techniek ontwikkeld die u wilt testen of demonstreren? Vraag dan de subsidie Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) aan.

Bron: DEI+: Energie- en klimaatinnovaties | RVO.nl

SVVE (Subsidies voor Verenigingen van Eigenaars)

Wilt u als Vereniging van Eigenaars (VvE) uw gebouw(en) verduurzamen? Vraag dan SVVE: subsidie voor verduur­zamings­maatregelen aan. Er zijn 3 soorten: energie­besparende isolatie­maatregelen, duurzame warmte-opties, en een Zeer Energiezuinig Pakket.

Bron: SVVE: subsidie voor verduurzamingsmaatregelen | RVO.nl

EIA (Energie-investeringsaftrek)

Investeert u als ondernemer in energiezuinige bedrijfs­middelen en duurzame energie­technieken? Vraag dan de subsidie Energie-investerings­aftrek aan.

Bron: Energie-investeringsaftrek (EIA) | RVO.nl

MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil

Investeert u als ondernemer in een milieu­vriendelijk bedrijfs­middel? Vraag dan de subsidie Milieu-investerings­aftrek en/of Vamil aan. Uw belastingvoordeel kan met de MIA\Vamil oplopen tot ruim 14% van het investerings­bedrag.

Bron: Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen | RVO.nl

Subsidie en financieringswijzer

Bent u op zoek naar financiële ondersteuning voor uw plannen? Wij hebben een breed aanbod aan subsidie- en financierings­regelingen. Onze Subsidie- en financierings­wijzer helpt u de weg te vinden in ons brede aanbod. Door aan te geven wie u bent en waarnaar u op zoek bent, krijgt u een overzicht op maat.

Bron: Toelichting op Subsidie- en financieringswijzer | RVO.nl

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave

Impulsaanpak winkelgebieden

Inhoudsopgave