En het meest inspirerende binnenstadproject is …
Wat valt er te leren van de winnaars van de jaarlijkse verkiezing?
En het meest inspirerende binnenstadproject is …
Wat valt er te leren van de winnaars van de jaarlijkse verkiezing?
Het Platform Binnenstadsmanagement is al dertig jaar een aanjager van de vernieuwing van Nederlandse binnensteden. Jaarlijks kunnen gemeenten de prijs winnen voor het Meest Inspirerende Binnenstadproject. Wat doen die winnaars beter en anders? Wat blijkt succesvol? Felix Wigman is als een van de oprichters al ruim 30 jaar betrokken bij het Platform Binnenstadsmanagement. “Je moet niet vernieuwen om het vernieuwen. Het gaat erom dat je goed aanvoelt wat er speelt, wat mensen nodig hebben.”
En, wie hebben er dit jaar gewonnen?
“De prijs beloont hoe vernieuwend en inspirerend een idee is en of het daadwerkelijk werkt. Het gaat dus niet alleen om visie, maar óók om uitvoering. Ideeën moeten aantoonbaar bijdragen aan een verbetering van de binnenstad en andere gemeenten op ideeën brengen. Dit jaar zijn projecten van Den Bosch en Alphen aan den Rijn bekroond. Ze onderscheiden zich op creativiteit in aanpak en samenwerking. Precies waar het in de binnenstadtransformatie om draait.”
Wat doen deze winnaars anders of beter?
“Dé uitdaging blijkt het herdefiniëren van het centrum: van winkelgebied naar levendige verblijfsplaats. Alphen aan den Rijn heeft gezondheid als leidend thema in hun binnenstadbeleid verankerd. Zij kijken in al hun projecten: wat kunnen we doen om een gezonde binnenstad te stimuleren? Dat is een frisse invalshoek. Den Bosch koos voor een game-achtige toepassing die kinderen, en dus ook hun ouders, op een interactieve manier door de binnenstad leidt. Achter het spel zit een doordachte manier om jonge doelgroepen te betrekken en ze de binnenstad echt te laten beleven. Het spelconcept blijkt bovendien schaalbaar en toepasbaar op andere thema’s.”
Zijn er nog meer goede voorbeelden?
“Ja, de herontwikkeling van een plein in Hengelo. Dat was een kale vlakte met parkeerplekken en een marktopstelling. Nu is het een multifunctionele ruimte voor ontmoeting, spel, rust en recreatie. Bewoners en ondernemers zijn actief betrokken bij het ontwerp. Jong en oud, verschillende sferen en allerlei functies komen er samen. Zo ontstaat sociale verbinding. Het laat zien dat gemeenten echt het bredere gesprek moeten aangaan over de rol van hun binnenstad.”
Welke succesfactoren kunnen gemeenten morgen al inzetten?
“Succesvolle projecten combineren vernieuwing, realisme en gevoeligheid voor lokale context. Je moet niet vernieuwen om het vernieuwen. Het gaat erom dat je goed aanvoelt wat er speelt, wat mensen nodig hebben, en hoe je daar op een relevante manier op inspeelt. Veel gemeenten willen bijvoorbeeld jongeren trekken. Een gamecenter neerzetten of wat cafés openen is te simpel. Je moet echt weten waaraan behoefte is en of er draagvlak is.”
Hoe weet je waaraan behoefte is?
“Door te meten. Data zijn een waardevol instrument maar je moet wel oppassen voor een te eendimensionale benadering. Begin altijd bij je eigen ambities, en gebruik data als hulpmiddel. Niet als stuurmiddel.
Tijdens de ‘Dag voor de Binnenstad’ verschoof de discussie over data naar de maatschappelijke impact en sociale waarde. De ‘glimlachindex’ kwam op tafel. Die meet hoe prettig mensen de binnenstad ervaren. Het idee is: als bezoekers, bewoners én werkenden zich prettig voelen in de binnenstad, blijven ze langer, besteden ze meer en komen ze vaker terug. Het is dé maatstaf voor succes: zie je een glimlach? Je moet mensen durven vragen hoe blij ze worden van hun binnenstad. Dat is helemaal niet ingewikkeld.”
Jullie hebben ook de binnenstadbarometer ontwikkeld. Wat is dat?
“Onze binnenstadbarometer biedt gemeenten inzicht in de ontwikkeling van 120 centrumgebieden, op basis van publieksgerichte voorzieningen en data. Gemeenten kunnen daarvoor hun eigen ambities als uitgangspunt nemen. Jaarlijks actualiseren we de cijfers, onder meer met data van het CBS. Gemeenten gebruiken de barometer om hun voortgang te monitoren, zich te spiegelen aan andere steden maar ook om beleidskeuzes te onderbouwen. In Dordrecht is het juryrapport voor de verkiezing Beste Binnenstad in 2016 opgenomen in het college programma als beleidsreferentiekader.” ▼

Felix Wigman
Strategisch adviseur
Je moet niet vernieuwen om het vernieuwen. Het gaat erom dat je goed aanvoelt wat er speelt, wat mensen nodig hebben.”
Zijn er specifieke data voor kleinere gemeenten als het gaat om binnenstedelijke vernieuwing?
“Nee, er is geen standaardrecept. Je moet beginnen waar het probleem het grootst is en waar de impact het meest direct zichtbaar wordt. Dat start bij een goede situatieanalyse. In kleinere kernen verdwijnen veel niet-dagelijkse voorzieningen. Dat heeft directe gevolgen voor de leefbaarheid en aantrekkingskracht. Kun je dat bijvoorbeeld opnieuw invullen met maatschappelijke functies of dagelijks aanbod? Daarvoor moet je onderzoek doen én het gesprek aangaan met mensen.”
Wat lost dat op?
“Een gemeente bemoeit zich inhoudelijk niet met waar iets plaatsvindt. Jeugdzorg kan bijvoorbeeld ergens in een achterafpand op een bedrijventerrein zijn ondergebracht, zonder enige koppeling met de rest van het stedelijk weefsel. Gemeenten zien steeds meer in dat locatiekeuzes voor maatschappelijke voorzieningen cruciaal zijn voor hun bereik en effectiviteit. Door deze functies te bundelen, stijgt ook de levendigheid in een centrumgebied. Naast financiële voordelen vanwege schaalgrootte en gedeeld ruimtegebruik.”
Kun je dat niet beter regionaal afstemmen?
“Ja, een mooi voorbeeld is de Metropoolregio Eindhoven. Daar onderzoeken 21 gemeenten hoe het bestaande voorzieningenaanbod van zorg, educatie en welzijn zich verhoudt tot de verwachte woningbouw en bevolkingsgroei. Waar kan wat het beste worden ontwikkeld? Regionale afstemming zorgt dat je als gemeente ook veel beter kunt plannen en investeren. Het lastige is wel dat woningbouw- en voorzieningenbeleid vaak gescheiden trajecten zijn, met elk hun eigen dynamiek en verantwoordelijken. Terwijl ze inhoudelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.”
Wat kunnen beleidsmakers morgen anders doen?
“Werk over je beleidsdomein heen! Iedere specialist wil graag een 9 voor zijn vak- of deelgebied, maar een project is altijd een compromis tussen belangen, disciplines en ambities. Integrale afwegingen vragen om acceptatie van imperfectie, transparantie in besluitvorming en een cultuur waarin samenwerking en verbinding leidend is. Alleen dan ontstaat een binnenstadsbeleid dat realistisch, gedragen én uitvoerbaar is.”
Is dat de ultieme sleutel tot succes?
“Ten dele. Een hardnekkig misverstand is dat gemeenten soms denken dat betrokkenheid van alle belanghebbenden niet per se nodig is om projecten te realiseren. Maar een binnenstad is een complex krachtenveld. Als je daarin probeert te manoeuvreren zonder alle spelers te betrekken, mislukt het of blijft het hangen. Je moet de bezwaren horen, erkennen en uitleggen waarom je andere keuzes maakt.”
Wat is het echte geheim?
“Ambtelijke professionaliteit én politiek leiderschap zijn de sleutels. De kwaliteit van een wethouder is cruciaal: die moet zich kwetsbaar durven opstellen, open zijn over plus- en minpunten, maar ook duidelijk durven zeggen: ‘ik heb iedereen gehoord, en dit is wat we nu gaan doen’. Zo’n leider is goud waard.”