Retailagenda Programma 2024-2027

De Retailagenda heeft zich ontwikkeld tot een netwerkorganisatie die stevig staat en wordt ondersteund door de aangesloten partners. De stuurgroep van de Retailagenda onderstreept met dit programma het belang van deze publiek-private samenwerking. De Retailagenda is daarom verlengd met een nieuwe periode, van 2024 tot 2027. De scope van de agenda is daarbij verbreed; de maatschappelijke waarde van leefbare en levendige kernen én de retail staan centraal.

We starten breiden de nieuwe fase met nieuwe partners. We hebben organisaties uit de sectoren cultuur, toerisme, recreatie en horeca uitgenodigd om mee te praten. Samen met de vaste en nieuwe netwerkpartners hebben we de agenda voor de komende jaren ontwikkeld. Alle partners geven aan het belangrijk te vinden om hun activiteiten aan te laten sluiten bij deze agenda. Wij zitten met hen om tafel om de verschillende thema’s te bespreken, te leren van hun concrete initiatieven en projecten en deze kennis te delen. In deze notitie is de agenda van het programma 2024-2027 op hoofdlijnen uitgewerkt.  Het nieuwe programma geeft een overzicht van de vastgestelde thema’s en de organisatie van de Retailagenda.
Het is een zoektocht; de stap van goede voorbeelden naar inzicht in achterliggende factoren, werkwijzen en formats die breed gedeeld kunnen worden. Dat doen we samen. We investeren in ontmoetingen, onderzoek en communicatie van kennis. Zo is de Retailagenda van betekenis voor alle partners. In gesprekken die ik onlangs met de netwerkpartners heb gevoerd, zag ik veel enthousiasme en positieve energie om hieraan bij te dragen. Het is inspirerend om te merken dat de betrokken professionals er plezier in hebben om te willen samenwerken. Door die intrinsieke motivatie is er de afgelopen jaren van de Retailagenda al heel veel goeds tot stand gekomen. Laten we die spirit vasthouden!

Marijke van Hees
Voorzitter Retailagenda

  1. Maatschappelijke waarde van leefbare kernen en vitale retail; de actuele agenda zettenDe Retailagenda voerde de afgelopen tijd veel inspirerende gesprekken over de maatschappelijke betekenis van retail. Duidelijk werd dat kernen van steden en dorpen een opgave hebben om het leven van mensen plezierig te maken. Vitale retail is daar een onderdeel van en draait om meer dan commercie alleen. Partners van de Retailagenda blijven daarom samenwerken aan leefbare kernen en vitale retail. Het huidige programma loopt eind 2023 af maar de inhoud van de huidige strategische visie richting 2025 is nog relevant. Het is echter wel nodig het programma te actualiseren, met dus extra aandacht voor levendigheid van kernen. In deze notitie is de agenda van het programma 2024-2027 op hoofdlijnen uitgewerkt.
  2. Verbinding & versnelling, meer creativiteit & samenhang
    De Retailagenda wil meer samenhang in de thematische benadering. De transitie van de maatschappij naar circulariteit, duurzaamheid en verdere digitalisering levert voor kernen en de retail nieuwe kansen op. Bijvoorbeeld door voor meer verbinding te zorgen tussen mensen die er wonen, werken of als bezoeker komen. Vanuit de Retailagenda werken alle betrokken partners aan bewustwording en draagvlak. Hun opdracht? Het aanjagen van vernieuwing, doorbreken van vastgeroeste patronen en opkomen voor collectieve belangen. Alleen in die mix ontstaat een basis voor samenwerking in de lokale praktijk.Veranderingsprocessen gaan langzaam. De Retailagenda draagt vanuit het netwerk van publieke en private partijen bij aan versnelling van de transities. We staan voor een actieve lerende aanpak en spreken elkaar aan op het nemen van verantwoordelijkheid als partner van de Retailagenda. Burgers betrekken bij de lokale aanpak staat expliciet op de agenda; iedereen moet trots kunnen zijn op zijn/haar binnenstad of dorpskern. Want uiteindelijk zijn al onze activiteiten erop gericht dat retail in binnensteden en (dorps)kernen moet blijven voldoen aan de behoeften van bewoners en bezoekers.
  3. Lokale samenwerking als uitgangspunt bij transformatie
    Elke kern heeft een eigen historie en identiteit. Dat unieke karakter vormt het profiel voor het aanbod en de activiteiten op die plek. Het samenspel tussen bewoners, bezoekers, winkels, horeca, cultuur, voorzieningen en publieke ruimte moet daarom een duidelijke stip op de horizon krijgen. Gemeenten en provincies stimuleren lokale samenwerking. Zij organiseren participatie bij ruimtelijke transformatie en maatregelen gericht op verduurzaming. De Retailagenda draagt bij aan het succes van die lokale en regionale samenwerking en stimuleert het delen van kennis/ ervaringen in transformatie van kernen. Daarom wordt de ‘kennistafel transformatie’ van de Retailagenda versterkt door een nauwere samenwerking met Kern en Platform31.Bijzondere aandacht is er voor de resultaten van de Impulsaanpak winkelgebieden, gericht op probleemgebieden in binnenstedelijke centra. Lessen die we hieruit kunnen halen, met name op het vlak van participatie, verduurzaming en financiële haalbaarheid van herstructurering en transformatie, krijgen extra aandacht via publicaties, webinars en fysieke bijeenkomsten. De rol van vastgoedeigenaren is daarbij expliciet een aandachtspunt. Ook van groot belang is branchering: de balans tussen verschillende functies is zo georganiseerd dat deze levendigheid en leefbaarheid niet aantast. Zo ontstaat er een gezondere balans tussen de economische waarde en de maatschappelijke waarde van een winkelstraat of kern.
    We besteden ook aandacht aan financieringsmodellen voor transformatieopgaves. Vooral waar het functies betreft met een grote sociale waarde maar slechts beperkt financieel rendement. Met transformatie kan structurele leegstand worden aangepakt en worden locaties minder vatbaar voor ondermijning.De recent ondertekende City-deal Dynamische Binnensteden van acht grote steden levert de komende jaren nieuwe kennis op over grootstedelijke problematiek. De City-deal heeft een aantal hoofdthema’s: vastgoed, financiering, invulling/branchering en het voorkomen van ondermijnende activiteiten. Onderwerpen die stuk voor stuk aansluiten op de Retailagenda. Wij zorgen voor goede kennisuitwisseling. Niet alleen voor grote steden maar ook voor kleinere kernen. Verschillende partners van de Retailagenda nemen deel aan de City-deal, zoals Platform31, KERN, DNWS, het Retail Innovation Platform (RINP) en INretail, via deze netwerken kunnen we over en inzichten delen en kennis uitwisselen.
  4. Maatschappelijke waarde vraagt om meer dan economisch denken
    Ontwikkeling van meer integrale modellen voor financiering en maatschappelijk rendement staan op de agenda. Innovatieve denkkracht is onmisbaar om op langere termijn de effecten van investeringen in transities van kernen en winkelgebieden te beoordelen, waar het hun bredere betekenis voor de lokale gemeenschap betreft. Het meer betrekken van financiële experts bij de plannen kan leiden tot een andere beoordeling van kosten op korte en langere termijn. Zo kunnen kosten in het sociaal domein worden meegenomen in investeringen in woonconcepten die in de kernen worden geïntroduceerd.
    Winkels en vastgoedeigenaren kunnen transparanter worden over hun kosten en opbrengsten. De realiteit is dat beide partijen dat een lastige opgave vinden. Voor de Retailagenda is het een uitdaging om daarin samen met stappen te zetten. Met meer transparantie maar ook door na het gesprek aan te gaan over duurzame en circulaire retail en retailvastgoed. Hierbij komt het accent steeds vaker op lokale samenwerking te liggen, en financiering in retail en retail-vastgoed lokaal kan worden gevonden. De Retailagenda wil daar ook grootwinkelbedrijf in food- en non-food in de sector meer bij betrekken. Logisch dus dat er nu al actief samengewerkt wordt met de Nationale Winkelraad, IVBN, Vastgoedbelang, MKB Nederland en VNO/NCW.
  5. Leefbare kernen stimuleren levendige programmering
    Grote opgaven in onze agenda dienen lokaal te worden opgepakt. Zo’n lokale aanpak draagt bij aan meer levendige kernen met, als het kan, naast winkels ook meer ruimte voor wonen, groen en maatschappelijke functies. Die maatschappelijke functies hangen af van de omvang schaal van de kern. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over aanwezigheid van ambachten, cultuur, horeca, onderwijs, zorg of culturele voorzieningen. De komende jaren zoeken we naar een hechtere samenwerking met de culturele en creatieve sector, onder andere door dit lokaal aan te pakken. Dat gebeurt al met de branche voor amateurkunst De Cultuurconnectie en met de professionele koepel van culturele instellingen en makers Kunsten92. We stimuleren een integrale benadering; concrete lokale en regionale projecten gericht op levendige binnensteden en dorpen. Het zijn allemaal projecten die positief bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, een waar verbondenheid tussen bevolkingsgroepen en generaties makkelijker tot stand komt.Platform De Nieuwe Winkelstraat (DNWS) jaagt met inzet van creatieve professionals lokale samenwerking aan en stimuleert tegelijk samenwerking tussen winkeliers, centrummanagers, horeca en organisatoren van evenementen. Een evenementenprogramma en acties om bewoners en toeristen te bereiken, vormen een duidelijk uitgangspunt voor een samenwerking tussen winkeliers en de culturele sector. Hoe beter zij samen een goed programma neerzetten dat past bij het lokale profiel, des te meer bezoekers ze aantrekken. Provincies, het NBTC en het platform Gastvrij Nederland kunnen daarop inspelen. Logisch dus dat wij hen betrekken bij deze aanpak van de levendige kernen.
  6. Innovatie en digitalisering met publieke infrastructuur
    Mensen denken heel verschillend over de toekomst, maar iedereen heeft uiteindelijk met dezelfde opgave te maken: hoe vertaal ik de klimaatopgave in mijn eigen (koop) gedrag? Iedereen wil wel een leefbaar en levendig centrum met leuke winkels, horeca en andere voorzieningen. Maar als consument kiezen ze toch in meer dan een derde van de gevallen voor aankoop van artikelen via internet. De consument kan met informatie over productie en de waardeketen, inclusief transport, het koopgedrag aanpassen en ook online meer of minder duurzaam inkopen doen. Bovendien kan actuele informatie over beschikbaarheid van goederen bij de winkel in de buurt ervoor zorgen dat er alsnog lokaal (online) gewinkeld wordt. Dan draagt online winkelen bij aan de vitaliteit van de lokale winkels. En zodra iemand behalve informatie over winkels en voorraden ook gepersonaliseerde informatie ontvangt over andere voorzieningen, leuke plekken en activiteiten in het centrum zijn er meer redenen voor een bezoek. Belangrijk daarbij is wel dat de informatie geïntegreerd is zodat je niet meerdere website of apps hoeft te raadplegen.Met het nationale programma ‘De digitale winkelstraat gebaseerd op publieke waarden’ is INretail met het RINP, Zupr en een groep topexperts de uitdaging aangegaan: hoe creëer je een landelijk dekkende veilige en betrouwbare infrastructuur die levendige kernen kan ondersteunen om bezoekers en bewoners online te bereiken? Het uitgangspunt hierbij is de opvatting dat de digitale winkelstraat een publieke ruimte is die in een publiek-private samenwerking wordt ingericht. De City-deal Slimme Steden biedt een goed platform voor de uitrol van ontwikkelde oplossingen. Hogescholen Saxion, Hogeschool van Amsterdam en Thuiswinkel.org kunnen hierbij als kennispartners een belangrijke rol spelen.

    Innovaties zoals de introductie van onbemande systemen die de klantrelatie ondersteunen kunnen de sector helpen rendabel te blijven. Zowel voor consument als werknemers dreigt hier een verschraling van het menselijk contact, waardoor nieuwe problemen kunnen ontstaan. Door dit  te onderkennen én erover te communiceren zorg je dat de menselijke reactie ten opzichte van deze innovaties positief blijft.

  7. De arbeidsmarkt van de retail; meer ruimte voor de werknemers
    De Retailsector biedt werk aan meer dan 800.000 mensen en er zijn meer dan 500.000 fulltime functies. Dynamiek op de arbeidsmarkt in retail is groot; jaarlijkse wisselingen op de werkvloer stellen werkgevers voor een forse uitdaging van werving. Hier is de human capital-tafel van de Retailagenda op gericht. De benadering is dat partners regionaal samenwerken met het onderwijs en het UWV versterken, zodat het vraag en aanbod van goed gekwalificeerd personeel op elkaar aansluiten. De uitdagingen op de arbeidsmarkt zijn tegelijk aanleiding voor meer overleg en beleidsontwikkeling tussen kennisinstellingen en de arbeidsmarktregio’s. Doel is samen een actieagenda voor de sector te sneden en deze met de regionale netwerken uit te voeren.De visie op de maatschappelijke betekenis van winkels, moet een lokale vertaalslag krijgen, ook door hechter samen te werken met andere spelers in de binnensteden en dorpskernen, zoals eerder beschreven. Voor werkgevers en werknemers liggen hier kansen in concrete projecten, meer waardering én meer samenwerking. Zo blijven zij bijdragen aan de maatschappelijke meerwaarde van aantrekkelijke kernen. Banenwinkels kunnen deze lokale samenwerking praktisch steunen, of verder worden uitgebreid, bijvoorbeeld tot een soort een activiteitencentrum waar lokale projecten ondersteuning krijgen.

    Met Stichting KCH is de afgelopen jaren geïnvesteerd in projecten en de ontwikkeling en inzet van instrumenten zoals Youfit@retail. Stichting KCH wil hier, in goed overleg tussen werkgevers en werknemersorganisaties, de komende jaren mee doorgaan. Deze instrumenten kunnen bijdragen aan de loopbaanontwikkeling en benadrukken de eigen verantwoordelijkheid van werknemers voor duurzame inzetbaarheid. Werkgevers moeten hiervoor openstaan en hun werknemers de ruimte bieden zich te ontwikkelen en meewerken aan reële loopbaanperspectieven. De Retailagenda verzamelt kennis en goede voorbeelden die voortkomen uit de projecten en instrumenten. Samen met de partners en kennisplatform Retailinsiders rapporteren we jaarlijks over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

  8. Organisatie Retailagenda
    De governance van de Retailagenda is belegd bij de stuurgroep. Hierin zitten vertegenwoordigers van INretail, Vakcentrum, CBL, NWR, Thuiswinkel.org, Kern, Platform 31. VNG, IPO, de gemeenten Den Haag en Rotterdam, de gezamenlijke hogescholen, Ministerie van EZK, FNV, CNV, VNO-NCW, MKB-Nederland, Vastgoedbelang, IVBN. De stuurgroep heeft een secretaris en een onafhankelijk voorzitter, daarin voorziet het Ministerie van EZK. De stuurgroep vergadert minimaal 4 keer per jaar. Verbinding met bestaande netwerken organiseren we in via het netwerk Stedelijke vernieuwing, City-deal Slimme steden, City-deal Dynamische Binnensteden, Kunsten 92 en het NBTC.Publieke en private partijen die samen willen werken met de Retailagenda zijn welkom! Zij kunnen deelnemen aan bijeenkomsten en daar hun kennis en goede ideeën inbrengen. Elk jaar organiseert de stuurgroep in de zomer een bijeenkomst om resultaten te bespreken en de agenda zo nodig bij te stellen. Aan het eind van het kalenderjaar volgt een congres waar om daar met een breder netwerk kennis te delen. Leden van de stuurgroep zijn belanghebbenden. Hun inzet heeft impact op de gemeenschappelijke agenda. Om specifieke onderwerpen uit te diepen kunnen zij een ‘tafel’ organiseren rond een specifiek thema van de agenda. Het komende jaar zijn dat tafelgesprekken over de onderwerpen:
  1. Maatschappelijke waarde retailsector; (initiatief bij INretal/VNO-NCW/MKB-nederland, regionaal komen stakeholders aan tafel uit sectoren retail, vastgoed, horeca, cultuur, overheden)
  2. Tafel Lokale Transformatie (financiële) lessen van de Impulsaanpak (initiatief bij Kern/Platform 31, genodigden VNG, G6, G40, Provincies, IVBN. Vastgoedbelang, Ministerie van BZK, ministerie van EZK)
  3. Tafel Human Capital Agenda (initiatief Stichting KCH/NWR, genodigden UWV, FNV, CNV, InRetail, VNO-NCW, MKB-Nederland, Ministerie van SZW)
  4. Tafel “levendige kernen” starten met horeca, cultuur, toerisme (initiatief bij DNWS/Cultuurconnectie, tafelgenoten Kunsten 92, NBTC, Horeca Nederland, Provincies, Platform 31, Platform Gastvrij Nederland en het Ministerie van OCW)
  5. Tafel digitalisering via programma “lokaal digitaal” (initiatief bij InRetail/Thuiswinkel, genodigden leden stuurgroep “Lokaal digitaal”, City-deal Slimme Steden, Provincies, Ministerie van EZK, Kennisinstellingen)
  6. Tafel Duurzaamheid Retailsector met nadruk op circulariteit en logistiek (initiatief bij Thuiswinkel.org/ InRetail genodigden MKB-NL, VNG, VNO-NCW, Ministerie van EZK)
  7. Ondermijning naar aanleiding van de City-deal Dynamische Binnensteden (initiatief bij G6/BZK, genodigden VNG, G40, Provincies, VNO-NCW, Vastgoedbelang, IVBN, Kern, Platform31)

Het Retailteam coördineert de verschillende deelprogramma’s/hoofdlijnen van de Retailagenda en ondersteunt het proces van kennisdelen en communicatie. Het Retailteam bestaat uit Jacques de Win, Herman Kok, Marcel Evers, Willem Leyh, Annet van Baarle, Jacqueline Lyklema en Marijke van Hees.

9. Kennis opdoen en delen

Het Ministerie van EZK stelt een jaarlijks budget van €200.000,- beschikbaar voor begeleiding van samenwerking op alle niveaus in het netwerk, onderzoek en communicatie. Denk aan publicaties, nieuwsbrieven, de website, webinars en bijeenkomsten, zoals het Retailagendacongres/festival, die de komende jaren aangeboden/georganiseerd. We stemmen de communicatie-uitingen nauw af met de partners die ook via hun eigen communicatiekanalen bijdragen aan meer zichtbaarheid van initiatieven en resultaten van de samenwerking in de Retailagenda.
Samenwerking met EZK/RVO bij de Impulsaanpak Winkelgebieden versterkt de communicatie en zal de komende jaren veel nieuwe kennis opleveren. Die kennis dragen we samen uit via de kanalen van de Retailagenda.

De afgelopen jaren heeft de Retailagenda met de partners ook bijgedragen aan onderzoek en experimenten. Vaak door kosteloos menskracht in te zetten. En incidenteel met een financiële bijdrage uit de middelen die EZK voor de uitvoering beschikbaar heeft. Het komende jaar willen we onderzoeken hoe we de maatschappelijke waarde van retail verder concreet kunnen maken.

De financiering van projecten is afgelopen jaren gedaan door de Stichting Detailhandels Fonds (SDF), Stichting KCH, EZK en verschillende partners zoals NRW (nu KERN), INretail en DNWS. Voor de komende jaren is financiering van projecten nog niet gedekt. De opdracht om middelen voor projecten te vinden ligt primair bij de initiatief nemende partners. Het Retailteam kan de partners op de verschillende thema’s van de agenda ondersteunen om financiering van projecten te vinden. Internationaal samenwerken leidt mogelijk tot het benutten van middelen vanuit de EU. Daar gaan wij het komende jaar gerichter werk van maken, het uitvoeren van een subsidiescan kan daarbij eventueel nodig zijn.

Aansluiting op bestaande financiële stromen, zoals onderzoeksgelden van NWO/SIA voor samenwerking met de hogescholen, is een kans die we nog beter kunnen benutten. Met het RINP kunnen wij hogescholen helpen om via cofinanciering geld voor onderzoek op onderdelen van de Retailagenda te organiseren. Daarbij stimuleren wij het RINP om nog meer met de partners samen te werken. Zo is de bijdrage van partners van de Retailagenda ‘in kind’ vaak aan te bieden; het netwerk staat daarvoor open.

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief van de Retailagenda

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.