De zaal moet even gniffelen zodra hoogleraar Zef Hemel zijn presentatie tijdens het Retailagenda Jubileumcongres begint. Hij grapt over zijn winkelgedrag: “Ik ben zo’n man die lijstjes maakt en dan snel weer weg is”. Hij neemt de zaal mee op reis langs steden en kernen. “Het begint pas als je naar buiten gaat,” zegt Hemel. “Wandelen is mijn methode geworden.”
Hemel, bijzonder hoogleraar ruimtelijke herontwikkeling namens de Abe Bonnema Stichting, neemt zijn publiek mee langs vijftien jaar stadsontwikkeling, wandelend veldwerk en een reeks inzichten die weinig beleidsnota’s halen maar in de winkelstraten te lezen vallen. Hij werkte mee aan de binnenstadsvisie voor Amsterdam in 2019, op het moment dat de stad uit zijn voegen barstte. Massatoerisme was een symptoom, niet de oorzaak, zegt hij. “In de binnenstad gaat het niet meer om werk. Het gaat om willen zijn.”
De sleutel ligt volgens hem in de grondwaardekaarten van het CPB. Steden met hoge consumptiewaarde, zoals cultuur, horeca, erfgoed, groen en mode, blijken de winnaars. Maar minstens zo belangrijk: de stille demografische revolutie. “De succesvolle steden hebben een overschot aan jonge vrouwen. De niet-succesvolle steden? Mannen.” Een scherpe observatie, maar gebaseerd op geografisch en economisch onderzoek. “Jonge, hoogopgeleide vrouwen kiezen voor kennissteden. Die kennissteden worden consumptiesteden. Dat zijn de steden van de toekomst.” Het levert na afloop van zijn presentatie meteen de nodige reacties op, en een vergelijking met de horeca: “Eens stad is dus net als en kroeg, zonder vrouwen wordt je café nooit populair.”
Wandelen als analyse-instrument
Drie hele verschillende steden staan tijdens zijn presentatie voor het Retailagenda jubileumcongres centraal: Delft, Emmen en Leeuwarden.
Wanneer Hemel door Delft loopt, “de studenten nemen de bus, ik loop”, ziet hij de kwetsbaarheid van winkelgebieden. Een bibliotheek die wél klopt. Een theater dat sfeer brengt. Een winkelcentrum dat worstelt met geschiedenis, eigendom en verloop. “Met vlaggetjes red je het niet. Mensen willen groen, historie, ontmoeting.”
In Emmen ziet hij het precies misgaan. De nieuwe Wildlands ligt als een eiland aan de rand van het centrum. “Natuurlijk loop je terug naar de parkeergarage. Je bereikt het hart van de stad niet. De Weijert blijft leeg.”
Het contrast met Groningen is groot: een consumptiestad in optima forma. Maar ook daar kan één verkeerde ingreep, denk aan een dichtgebouwde hoek die het zicht op de Martinitoren wegnam, hele straten laten wegzakken. “Zo nauw luistert het. Een stad is precisiewerk.”
Leeuwarden: de belofte van de bomen
Dan komt zijn favoriete voorbeeld: Leeuwarden. “Van oudsher een productiestad. Maar met een groeiend overschot jonge vrouwen is er hoop. Dat verandert alles.”
Het koopstromenonderzoek is glashelder: bovenaan staat “meer groen en bomen”. De rest kun je bijna wegstrepen. Maar de echte les kwam van een kunstenaar: Bruno Doedens liet tijdens het festival Arcadia 1500 bomen door de stad wandelen. Honderd dagen lang.
“De stad werd een agora,” zegt Hemel zichtbaar enthousiast. Auto’s moesten wachten, bewoners bloeiden op, de gemeenteraad vergaderde tussen de bomen. “Toen zagen ze: dit is de binnenstad die we kwijt zijn geraakt. Zo hoort een stad te zijn.” Lees ook dit rapport.
‘We weten hoe het moet’
Hemels oproep aan de zaal is eenvoudig, bijna ontwapenend. “We weten hoe het moet. Nu moeten we het doen.” En dan, met diezelfde blik waarmee hij zijn verhaal begon, sluit hij af: “We gaan wandelen.”