2. Beleidsborging wegbestemmen

Inhoud: 1. Inventarisatie plancapaciteit, 2. Beleidsborging wegbestemmen, 3. Juridische uitwerking wegbestemmen
Het detailhandelsbeleid moet zodanig duidelijk en vastgelegd/vastgesteld zijn naar locatie (pand/perceelsniveau) dat exact duidelijk is waar detailhandel gewenst en
waar detailhandel niet gewenst is. Zodat daarmee de zogenaamde voorzienbaarheid wordt gecreëerd.

Schaal van voorzienbaarheid
Deze handreiking gaat uit van het optimal vastleggen van voorzienbaarheid in beleid. In de huidige praktijk is dit niet altijd haalbaar in het proces van een detailhandelsvisie. Indien de optimale voorzienbaarheid zoals in deze handreiking wordt toegelicht niet wordt bereikt, moet in de detailhandelsvisie worden aangegeven waar verdere uitwerking noodzakelijk is en vervolgens worden opgenomen als actiepunt(en) in het uitvoeringsprogramma. Via bijvoorbeeld deelvisies op gebiedsniveau kan dan later alsnog de gewenste optimale voorzienbaarheid worden gerealiseerd voor specifieke locaties of thema’s

1. Hoofdlijnen beleid (detailhandelsvisie)

Hoofdprincipes beleid:

De eerste stap die gemaakt moet worden in beleid om voorzienbaarheid te creëren is het uitspreken van enkele hoofdprincipes (zie voorbeeld). Dit zijn algemene doelstellingen die worden vastgelegd waarin de intentie wordt uitgesproken om plancapaciteit te reduceren en waar dit (op hoofdlijnen) dient plaats te vinden.

Voorbeelden principe-uitspraken

Huiswerk/analyse
Om een onderbouwde uitspraak te kunnen doen in het beleid om winkelmeters te saneren is onderzoek nodig. Hiervoor kunnen de volgende ‘tools’ worden toegepast:

Zie hiervoor ook de publicatie ‘Instrumenten voor een succesvolle transitie van de winkelstructuur 2017′

 

Let op:
binnen aangewezen winkelgebieden moet altijd “schuifruimte“ zijn voor mutaties en het uitwisselen van detailhandel – horeca – diensten e.d. De omvang van het “overschot” is daarom altijd groter dan de omvang van de te saneren plancapaciteit voor detailhandel

 

Vastleggen hoofd(detailhandels)structuur

Nadat de hoofduitgangspunten benoemd zijn, moet worden aangegeven welke winkelgebieden behoren tot de beoogde (nieuwe) detailhandelsstructuur. Dit kunnen alle bestaande winkelconcentratiegebieden zijn, maar dit kan ook afwijken van de bestaande structuur door bijvoorbeeld nieuwe locaties (voor de toekomst) aan te wijzen of bestaande locaties te schrappen (wordt beleidsmatig niet meer op ingezet).
Om de beoogde (nieuwe) detailhandelsstructuur te bepalen dient rekening te worden gehouden met het volgende:

Principe-uitspraak plancapaciteitsreductie (binnen winkelgebieden)

Voor elk winkelgebied dient in het beleid een uitspraak te worden gedaan over de richting van plancapaciteit. Hiervoor kunnen in de basis de volgende begrippen worden gehanteerd:

Elk begrip heeft een eigen juridische consequentie. Zo geldt voor een concentratiegebied in principe dat geen detailhandelsbeperkingen worden opgenomen of juist wordt gekozen voor een thematische benadering. Voor een beheersgebied geldt dat de bestaande juridisch-planologische situatie gehandhaafd blijft. In een transformatiegebied worden winkelmeters actief gereduceerd. In een kansgebied wordt nog niet direct juridische ruimte gemaakt voor detailhandel, maar blijft dit tot nadere uitwerking wel een optie.

Principe-uitspraak plancapaciteitsreductie (buiten winkelgebieden):
Veelal liggen de meeste ongewenste en overtollige winkelmeters buiten de tot de hoofdstructuur behorende centra. Dit betekent dat, afhankelijk van de algemene beleidsuitgangspunten, reductie van plancapaciteit vooral zal plaatsvinden buiten de centra. Onder stap 3 en 4 wordt hier verder op ingegaan.

Verschil winkelgebied en kernwinkelgebied

Voorbeeld concretiseren juridische ambitie per winkelgebied

2: Confrontatie beleid en inventarisatie

Match inventarisatie versus beleid

Het resultaat van de inventarisatie plancapaciteit (fase 1) wordt in deze stap vergeleken met het beleidsmatige wensbeeld. Door deze lagen over elkaar heen te leggen ontstaat inzicht in de match/mismatch tussen het wensbeeld en de juridisch-planologische werkelijkheid. De conclusies vormen de basis voor het juridisch ingrijpen c.q. saneren van winkelruimte.

 

Is aanpassing van het detailhandelsbeleid noodzakelijk?

 

3: Bepalen ambitieniveau

Na stap 2 is in beeld welke detailhandelsmeters in principe gesaneerd moeten worden om het gewenste eindbeeld uit het beleid te realiseren. In de praktijk is het meestal niet haalbaar om op korte termijn alle ongewenste plancapaciteit te reduceren. Dit heeft vooral te maken met onvoldoende (ambtelijke) capaciteit en/of onvoldoende bestuurlijk draagvlak. Om een realistisch en effectief ambitieniveau te bepalen dient een risicoanalyse te worden uitgevoerd, waarna prioritering kan plaatsvinden.

Risicoanalyse

In de risicoanalyse worden locaties waar sanering dient plaats te vinden getoetst aan diverse risico’s. Per locatie en per onderdeel wordt het risicoprofiel bepaald in de categorie laag, midden en hoog. De volgende risico’s worden getoetst:

Voorbeeld risicoanalyse

Prioritering

Nadat de risico’s in beeld zijn is het zaak de reductie van plancapaciteit te prioriteren (plannen in de tijd). Idealiter vindt dit plaats op basis van de grootste risico’s. Een voorbeeld van een prioritering op hoofdlijnen kan zijn:

  1. Supermarkten buiten winkelcentra
  2. Reguliere detailhandel buiten winkelcentra
  3. PDV op verspreide bewinkeling
  4. Aanloopgebieden in centra
  5. ABC-categorie op bedrijventerreinen.

Lees meer:

1. Inventarisatie plancapaciteit
2. Beleidsborging
3. Juridische borging saneren plancapaciteit

Aanvullende informatie

 

Meld je aan en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen in Ons Retailland

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.